Familieboek / bedrijfsboek

Een biografie kan worden geschreven vanuit meerdere hoofdpersonen. Per hoofdstuk komt er dan een ander familielid of een andere collega aan het woord.

Ook kan de levensloop van bedrijven worden beschreven. Zo leverde een oud kasboek uit de jaren ‘40 veel stof tot schrijven…

 

Theo: “Voor een goede relatie waren we lang op zoek naar een cadeau voor het jubileum van zijn bedrijf. We zijn erg blij dat we besloten hebben om een bedrijfs-biografie te laten optekenen door Diane Busink. Deze ontstaansgeschiedenis van het bedrijf blijkt nu geweldig goed te zijn ontvangen, niet alleen door onze relatie maar ook zijn werknemers en zijn relaties. Het is een bijzonder mooie karakterschets van hem en zijn bedrijf geworden. Prachtig gedaan!”

 

 

Onderdeel van een familieboek: fragment van een herschreven jeugdherinnering (geromantiseerd en geanonimiseerd)

 
Hij staat in de deuropening met een versleten teddybeertje in zijn knuist geklemd. Zijn duim hangt schuin uit zijn halfgeopende mond. Zijn ogen zijn gericht op de vrouw. De vrouw in de kist.
Waarom ligt mama zo stil? Waarom ligt ze daar in die rare houten bak?
Hij steekt zijn duim steviger in zijn mond en zuigt er hard op. Het proeft naar zoet. En zoet is fijn.
Hij duimt steeds harder,.
Schoorvoetend doet hij een stapje naar voren.
Mama zien. Mama voelen. Mama een kusje geven.
“Laat hem maar,“ klinkt een stem. Hij kijkt omhoog. Vader knikt. “Het is goed, jongen.” Hij zet nog een stap. En nog een. En nog een.
De kamer is helderwit en helemaal leeg. Alleen die grote kist staat schuin in het midden. Een simpele houten kist zonder franje maar van zorgvuldig gelakt hout.
Hij wil het hout voelen, kijken naar de nerven, de gouden knopjes aanraken.
Hij loopt naar de rechterkant van de kist. Er druppelt zonlicht door het raam. Een straaltje licht glijdt langzaam over de haren van mama.
Mama krijgt ineens een lichte pluk haar bovenop het hoofd. Raar, dat heeft hij nooit gezien.
Hij gaat op zijn tenen staan en strekt zijn handje er naar uit. Hij kan er net niet bij.
“Wil je mama aaien?”
Hij zucht.
Hij wil mama niet aaien. Hij wil gewoon mama. Mama mag niet slapen. Mama moet de oogjes open doen en met hem spelen.
Maar hij zegt niets.
Door het andere raam, aan het voeteneind, klinken de geluiden van de straat. Er dendert een wagen voorbij. De klepperende ijzers onder de hoeven van de paarden. Af en toe een krakende fiets. Lachende, joelende kinderen. De wereld, het dorp. Buiten. Zon.
Hij kijkt om.
Hij heeft nieuwe knikkers gehad.
Mama ligt nog heel erg stil. Vader heeft gezegd dat ze slaapt en niet meer wakker wordt. Mama was heel erg ziek en de dokter kon haar niet beter maken. Nu heeft mama geen pijn meer. Maar mama moet wel even wakker worden om de knikkers te zien!
Hij trekt aan het witte doek dat uit de kist steekt.
Toe mama, wordt wakker! Maar mama's ogen blijven dicht.
Hij kijkt naar haar handen. Ze liggen gevouwen op haar borst.
Gaat mama bidden? Net als bij de soep!
Hij draait zich om naar vader. Er rolt een dikke traan over vaders wang naar beneden.
Vader heeft een traan! Vader huilt! Mama huilt niet. Maar mama heeft Jantje bij zich.
Jantje, het broertje dat het niet doet.
“Broertje doet het niet. Hij kan niet huilen. Ik wil met broertje spelen. Is broertje kapot?”
Hij pruilt, kijkt omhoog naar vader en weer naar broertje. Vader zwijgt.
Broertje slaapt. Als broertje wakker wordt, kunnen ze eindelijk samen spelen.
“Je hebt een broertje,” zei die mevrouw. “Maar je broertje is doodgegaan. Hij is in de hemel nu.”
Doodgaan is een gek woord. Hemel is ook een gek woord. En hij is nu toch hier, dat broertje? Waar is dan de hemel? De mevrouw wees toen naar de baby. Een baby is een baby. Is een baby ook een broertje dan? Een broertje met een broek aan en sokken? Een broertje kan knikkeren toch?
En weer kijkt hij naar mama.
Nog in dezelfde kist, op dezelfde plek. Broertje is er ook nog. In mama’s arm ligt hij. Heel stil. Mam is stil en broertje is stil. Hij ziet het bolletje van broertje.
Hij wil bij mama liggen!
“Jantje,” zegt vader. “De baby heet Jantje.”
Hij buigt zich over de rand van de kist en legt zijn beer bij Jantje.
Zo, daar kan Jantje mooi mee spelen. Als hij wakker wordt. En nu gaat hij knikkeren, buiten.

 

© Copyright Boekbusink.nl 2020

Alle rechten voorbehouden.